Onderwijsbeurs

VO-Webspeller enthousiast ontvangen op NOT-beurs

Van 27 tot en met 31 januari  stond Vergouwen Overduin met de VO-Webspeller, de Webspeller voor het voortgezet onderwijs, op de Nationale Onderwijs Beurs, de NOT. Vele leraren uit het voortgezet onderwijs probeerden het interactieve spellingsprogramma direct uit. Een greep uit hun reacties: ‘Ideaal voor de bovenbouw’, ‘De VO-Webspeller sluit heel goed aan op de beleveniswereld van jongeren’ en ‘Hier kunnen we als leraar niet tegenop’.

‘Is het fotokopiën of kopieën?’ en 'Hoe schrijf je: het gebeurt?’ Dergelijke vragen over de juiste spelling trokken de leraren uit het voortgezet onderwijs naar de beursstand waar Vergouwen Overduin de VO-Webspeller voor het voortgezet onderwijs promootte. Bij elk gesprek over het spellingsonderwijs noemden de leraren op dezelfde problemen: 'Er is geen tijd meer om klassikaal met de bovenbouw spellingkwesties op te lossen, maar hoe ga je er als leraar vervolgens mee om als je die fouten wel blijft signaleren?’

Dan komt de VO-Webspeller als een uitkomst. Zo blijkt uit de verhalen Maarten Ernst, docent Nederlands. Hij was betrokken bij de pilotgroep van de VO-Webspeller op het Pallas Athene college te Ede. In de beursstand vertelt hij over zijn positieve ervaringen. Maarten licht toe dat de leerlingen aan hun eigen aandachtspunten werken. Dat kost de leraar dus weinig klassikale lestijd terwijl hij per leerling of per klas wel zicht heeft op de vorderingen en er zo dus toch bovenop kan zitten.
Ook de beursbezoekers, die bij de stand direct achter de pc het programma uitproberen, geven lovende reacties: ‘Dit is precies wat de doelgroep jongeren nodig heeft: lekker in je eigen tempo achter de pc oefenen’ en ‘Een prima aanvulling op het klassikale spellingonderwijs, juist voor de bovenbouw!’

Kees Maat en Chris Montijn - ontwikkelaars van de VO-Webspeller - bemanden de NOT stand, samen met de leraren uit Ede en collega’s. Wat is hun opgevallen op de beurs? ‘Het viel mij op dat het programma niet alleen bij leraren Nederlands aansloeg, maar dat ook docenten Engels, Pabo-studenten en ROC-coördinatoren en andere beroepsopleidingen interesse hadden’, vertelt Chris. ‘Een docente van de Nederlandse Antillen zag ook  daar mogelijkheden, omdat het allemaal via internet gaat’ herinnert Kees zich. ‘Ook had ik een interessant gesprek met een docent van een penitentiaire inrichting. Voor het onderwijs in de jeugdgevangenis zag ik wel voor me hoe we die jeugd achter de pc opleiden'. ' Al snel bleek dit echter niet realistisch', lacht Kees, ‘die jongens mogen absoluut niet op internet komen!'

Joyce Albers